MIDDELEEUWEN:

 

Schaakstukken

walrus ivoor

12 de eeuw

Trondheim

Noorwegen

Vindplaats Uig

eiland Lewis

1831

British Museum

 

Handschrift van Lindisfarne

715-720

geschreven in

klooster Lindisfarne

Northumberland

British Library

 

Richard II van England

Op het Wilton Diptych

1395–99

tweeluik per luik 53 x 37

 

Edmund             Edward         Johannes

de martelaar     de Belijder     de Doper

The Wilton Diptych (c. 1395–1399)

 

 

DE RENAISSANCE

 

 

Huis Stuart (1603-1694)

Huis Oranje-Nassau (1694-1702)

Huis Stuart (1702-1714)

Huis Hannover (1714-1901)

Huis Saksen-Coburg en Gotha (1901-1917)

Huis Windsor (1917-heden

 

 

HUIS TUDOR (1485-1603)

 

Henry VIII

 

1.            Catharina van Aragon

2.         Anne Boleyn (koningin van Engeland 1533-36) 1501-1536

3.         Jane Seymour (koningin van Engeland 1536-1537) 1509-1537

4.         Anna van Kleef (koningin van Engeland 1540) (1515-1557)

5.            Catharina Howard (koningin van Engeland 1540-41) (1520-1542)

6.            Catherine Parr Queen consort of England and Ireland(1543-47)

 

 

HUIS STUART (1603-1694)

 

 

James I        

1566-1625

1603-1625

 

dochter:

Elizabeth Stuart

woonde o.a. in Den Haag van 1619 tot 1661 (winterkoningin)

zoon:

Henry Prince of Wales (1594- 1612)

Charles I

   

Charles

1600-1649

1625-1649

x Henrietta Maria

 

kinderen:

Charles II 

James II 

Maria Stuart  (1631-1660) 

9 jaar oud huwelijk met stadhouder Willem II  (1626-1650)14 jaar oud

 

Burger

oorlog

 

Civil

war

Charles II   

1660 –1685

Catherine van Braganza

 James II

1633-1701

1685 –1688

x Anne Hyde

(1637-1671)

x Maria di Modena

(1658-1718)

huwelijk1673

 

 

GLORIOUS REVOLUTION - ROEMRIJKE OMWENTELING

 

HUIS ORANJE-NASSAU (1694-1702)

Willem III van Oranje

Stadhouder - koning

(1650-1702)

Maria II van Engeland

(1662-1694)

 

HUIS STUART (1702-1714)

 

Queen Anne

(1665-1714)

(1702-1714)

 

HUIS HANNOVER (1714-1901)

 

 

 

 

 

HUIS SAKSEN-COBURG EN GOTHA (1901-1917)

HUIS WINDSOR (1917-HEDEN)

 

 

BAROK SCHILDERS

 

Mary Beale (1633-1699)

Joan Carlile (1606-1679)

Alexander Cooper (1609 – 1660)

William Dobson (1611–1646)

Richard Gibson (1615-1690)

Jan Griffier (1650-1718)

John Hayls (1600–1679)

George Jamesone (1587–1644)

Cornelis Janssens van Ceulen (1593-1661) Cornelius Johnson

Godfrey Kneller (1646–1723)

Pieter van der Faes (1618–1680) Peter Lely

Daniël Mijtens (1590–1648)

Willem Wissing (1656-1687)

John Michael Wright (1617–1694)

 



'The Windsor Beauties',

 

 

Barbara Palmer  Hertogin van Cleveland (geboren Villiers);

Frances, Hertogin van Richmond en Lennox (geboren Stuart)

Mevrouw Jane Myddleton (geboren Needham)

Elizabeth, gravin van Northumberland (geboren Wrio-Thesley)

Elizabeth, gravin van Falmouth (geboren Bagot)

Elizabeth, Lady Denham (geboren Brooke)

Frances, Lady Whitmore (geboren Brooke)

Henrietta, gravin van Rochester (geboren Boyle)

Elizabeth, gravin de Grammont (geboren Hamilton)

Madame d' Orleans.


 

SAMUEL PEPYS THE DIARY OF SAMUEL PEPYS

GEHEIM DAGBOEK VAN EEN PURITEIN AMSTERDAM 1969




12 mei 1660 Vandaag hebben we het anker gelicht en de hele dag gevaren. We konden vanuit zee Dover en Calais heel duidelijk zien liggen. Ik heb uit staan kijken tot het land aan weerszijden uit het gezicht verdwenen was.

14 mei Toen ik vanmorgen opstond en naar buiten keek, was de kust vlak bij. Later hoorde ik dat het Holland was.

Er kwam een stel brutale Hollanders aan boord die ons hun diensten aanboden, maar het was hun er alleen om te doen ons geld uit de zak te kloppen.

Vanmiddag heeft my Lord een paar heren naar Den Haag gestuurd om uit zijn naam de prins van Oranje de hand te kussen.

De kapitein kreeg van my Lord gedaan dat ik mee mocht. Ik heb de jongen ook meegenomen, want die is - net als ik - niet te houden als er iets bijzonders te zien valt.

Per diligence ging het naar Den Haag; tegenover ons zaten twee buitengewoon knappe meisjes, erg modieus met mouches op; ze zongen de hele weg het hoogste lied en lieten zich schaamteloos kussen door de twee jonge vrijers die ze bij zich hadden.

In Den Haag is alles even netjes en schoon; de huizen allemaal keurig onderhouden en zo proper als het maar kan. We hebben de stad bezichtigd en van alles gezien, 's Avonds werden we bij de Prins toegelaten, het is een knappe jongen.

15 mei Kan er niet over uit hoe hoffelijk iedereen hier is. De mensen spreken allemaal Frans of Latijn, of alle twee. De vrouwen, die vaak heel knap zijn, gaan allemaal goed gekleed naar de laatste mode.

We hebben de plaats gezien waar de Staten-Generaal bijeen komen. Het lijkt er veel op Westminster Hall, alleen niet zo groot en veel netter. Voor 4 rijksdaalders met een Hollandse sloep terug naar het schip. My Lord heeft me zijn mooie nieuwe pak laten zien dat hij had besteld voor als de Koning aan boord komt; bijzonder chic met al dat goud en zilver galon, alleen de degen viel ons allebei tegen.

16 mei Vandaag kwam admiraal Opdam my Lord bezoeken; hij spreekt geen Frans of Engels, maar wel vloeiend Latijn, daarom viel mij de eer te beurt hem aan tafel aangenaam bezig te houden.

17 mei Vanmorgen met de kleine Edward en nog een paar anderen naar Den Haag. Heb daar met een van de aalmoezeniers van de Koning kennisgemaakt; hij heeft mij en het kind aan de Koning voorgesteld, die de kleine jongen hartelijk kuste. We zijn ook bij de Koningin geweest, die ons heel hoffelijk heeft ontvangen. Ze lijkt me een vriendelijke vrouw, maar mooi is ze niet.

18 mei Er stond vandaag zoveel wind dat het niet mogelijk was het schip te bereiken. We zijn met de trekschuit naar Delft gegaan; het is een allerliefst stadje met veel bruggen want in elke straat is een rivier. Op de terugweg zat er een knap Hollands meisje in de schuit; ze heeft de hele weg zitten lezen en het is me niet gelukt een gesprek met haar aan te knopen.

ïg mei Heb vandaag een paar schilderijtjes gekocht, ter waarde van een goudstuk. Heb wat met de jongen door de stad gewandeld, waar ik een oude kennis tegenkwam, die me 's avonds mee heeft genomen naar een Hollandse taveerne; ze hadden daar een bijzonder knap dienstertje, vrolijk en niet te preuts, maar omdat het zaterdag was had ze niet veel tijd voor ons.

1. Het zoontje van my Lord, dat de reis ook meemaakte.

 

Ben tot twaalf uur gebleven (het kind is bij mijn oom Pickering die ik vanmiddag tegenkwam). Mijn vriend Charles, die diep in het glaasje had gekeken, heeft me thuis gebracht en ging daarna weer terug naar dat meisje; hij had haar vanmorgen ook al gehad, zei hij.

20 mei Vroeg op en met mijnheer Pickering en het kind naar Scheveningen; het waaide nog te hard om aan boord te kunnen gaan, dus ben ik nog een uurtje gaan rusten. Op het andere bed in de kamer lag een knappe Hollandse, maar hoewel ik bijna barstte van verlangen dorst ik niet naar haar toe te gaan.

Vanmiddag hebben we ons met levensgevaar weer naar boord laten roeien. Het is in lang niet voorgekomen dat het om deze tijd van het jaar vier dagen achter elkaar zulk slecht weer blijft.

Ben met kleren en al op mijn bed gevallen, doodmoe van te veel drank en te weinig slaap; werd de volgende ochtend pas wakker maar dacht dat het avond was.

21 mei Heb me dus uitgekleed en ben weer in bed gekropen tot mijnheer Goods me om negen uur kwam wekken. Heb het de hele middag druk gehad met achterstallig werk. Het is nog steeds smerig weer. Zodra het beter wordt, verwachten we de Koning en de hertog van York aan boord.

22 mei Vandaag zijn ik en nog een paar mensen naar andere hutten verhuisd om plaats te maken voor het gezelschap van de Koning. Ik deel mijn hut met een dokter Clerk.

Vanmiddag was de Koning aan het strand; waar anders wit zand is, zag het nu zwart van de mensen. My Lord heeft alle kanonnen van het schip twee keer laten afvuren en daarna deden de andere schepen hetzelfde, maar op het laatst raakten ze in de war en klonken alle schoten door elkaar.

Heb zelf het kanon tegenover mijn hut bediend, wat me bijna een oog heeft gekost, want ik hield mijn hoofd er te dicht bij.

Dit was de eerste keer dat de Koning door zijn eigen vloot werd begroet.

23 mei Mijn oog was vanmorgen nog erg rood en pijnlijk van het ongelukje van gisteren.

Vandaag is de Koning met zijn gevolg aan boord gekomen. Het schip wemelde de hele dag van lords en andere hoge heren. De Koning dineerde met zijn gezelschap in de galerij, een gezegend schouwspel. Na het diner heeft de Koning de namen van een aantal schepen veranderd; de Naseby heet nu de Charles. Daarna hebben we het anker gelicht en koers gezet naar Engeland.

24 mei Opgestaan en mijn beste kleren aangetrokken met de linnen kousen en laarzen met brede omslagen die ik in Den Haag had gekocht. We hebben een groot aantal voorname passagiers aan boord en er heerst een feestelijke stemming. Ik had twee kapelaans van de Koning en nog een aantal heren van zijn gevolg te gast in mijn hut; we hebben druk geconverseerd. Naar bed met Engeland al in zicht.

25 mei Vanmorgen na het ontbijt is de Koning aan wal gegaan. De kapitein en my Lord hebben hem begeleid. Ik ben met een andere boot aan wal gegaan. Er voer ook een lakei met ons mee die een hondje van de Koning bij zich had; het hondje heeft onderweg iets gedaan in de boot; tot grote hilariteit van alle aanwezigen. Ik geloof dat een koning en iedereen die bij hem hoort net zo zijn als alle andere mensen.

Normal 0 21


18 juli

Op kantoor brieven afgehandeld en toen naar Deptford, waar ik een poosje ben gebleven. Daarna over het water naar mijn vrouw, die ik in geen zes dagen had gezien. Ik heb met haar gesoupeerd, erg gezellig, en met groot genoegen haar tekenwerk bekeken. Toen in opgewekte stemming naar bed.

 

20 juli 1665

Vanmiddag naar Redrif gelopen, waar de pest ook al heerst naar ik hoor - zoals trouwens bijna overal. Er zijn deze week 1089 mensen aan de pest gestorven.

21 juli Naar Vauxhall waar ik in de Lentetuin heb gewandeld, maar er was geen mens te zien, er is niemand meer in de stad om erheen te gaan. Per rijtuig naar huis. Kwam op de hele weg van Whitehall naar huis maar twee rijtuigen en twee karren tegen. Er waren bijna geen mensen op straat.

 

 

26 juli Naar het park in Greenwich, waar de Koning en de hertog vanmorgen uit Hampton Court naartoe zijn gekomen. Zij stelden mij vele vragen. Ben ze gevolgd om het schip dat mijnheer Castle hier laat bouwen te bekijken en daar troffen wij sir Wiliiam Batten. Vandaar naar het huis van sir George Carteret waar ik de hele morgen ben gebleven. Er werd levendig gepraat en ik heb vele malen het woord tot de Koning en de hertog mogen richten. Toen zijn zij gaan dineren; het hele gezelschap, behalve ik, ging bij de Koning aan tafel zitten. En hoewel ik in bescheidenheid niet mocht verwachten ook te worden uitgenodigd, had ik toch het land dat sir William Batten kan zeggen dat hij mocht gaan zitten en ik niet, hoewel hij er twintig maal zoveel recht op heeft als ik. Zo dwaas en hoogmoedig ben ik.

 

Naar Woolwich, waar ik net even tijd had mijn vrouw een kus te brengen en haar schilderijen te bekijken. Toen weer terug naar de Koning. Vanavond vol van de eer die ik deze dag genoten heb, naar huis.

 

 

 

 

 

Droevig nieuws van vele doden in onze parochie; de doodsklok luidt de hele dag.

 

Naar de Beurs, waar ik heb zitten praten met de mooie Mary Batelier, een van de mooiste vrouwen die ik ooit heb gezien.

 

29 juli

 

Naar kantoor. Er was verder niemand maar ik heb het de hele ochtend druk gehad. Toen naar huis om te eten. Hoorde van mijn mensen dat Will Hewer er was en met hoofdpijn op mijn bed lag. Dat joeg me de schrik op het lijf en ik probeerde meteen iets te verzinnen om hem het huis uit te krijgen; heb mijn mensen opgedragen hem op een tactvolle manier te vragen weg te gaan.

30 juli

De hele dag in mijn nachthemd, slaapmuts en halsdoek gezeten en zonder één minuut te verhezen aan de boekhouding van Tanger gewerkt. Ik ben er tot mijn grote tevredenheid vanavond mee klaargekomen; alles klopte buiten verwachting goed, nadat ik er zolang niets aan had gedaan. Will heeft me vandaag geholpen hij was weer helemaal beter. Vanavond moe van het harde werken maar verheugd dat ik het afheb gemaakt, naar bed. Morgen moet ik op tijd op om naar de bruiloft in Dagnams te gaan.

31 juli

Vroeg op en naar Deptford, waar sir George Carteret en my Lady al klaar stonden om te vertrekken. Ik had mijn nieuwe kostuum van gekleurde zijde aan en mijn jas met gouden knopen en breed goudgalon langs de pols, een rijk en deftig pak. Per boot naar het veer, maar het getij was al zover dat de paardenpont niet af kon varen om de koets over te zetten. We hebben de hele weg hard gereden met zes paarden, maar toen we aankwamen, was het bruidspaar al naar de kerk vertrokken. We zijn toen naar de kerk gegaan en daar kwamen zij net uit. Maar onze zorgen waren gauw voorbij toen we hoorden dat de plechtigheid heel goed was verlopen.

Heb vanavond de bruidegom gezelschap gehouden toen hij zich uitkleedde op zijn kamer en veel plezier gehad, totdat hij naar de kamer van de bruid werd geroepen. Daar stapten ze in bed. Ik heb de bruid in bed gekust. Toen werden de gordijnen plechtig dicht getrokken en goedenacht.

2 augustus

Vandaag is de eerste woensdag van de maand, dus een officiële vastendag vanwege de pest. Ben de hele dag binnen gebleven en heb mijn boekhouding bijgewerkt.

Ik ben nu in het bezit van 1900 Pond, waarvoor God zij geprezen.

 

6 augustus (Dag des Heren)

 

Heb vanmorgen mijn haar laten kammen door het meisje. Ik moet bekennen dat ik demasiado op haar ben gesteld nuper ponendeo mes mains insu des choses de son borstjes, maar il faut dat ik ermee ophoud, anders komt er de grootste ellende van. Toen aan het werk op mijn kamer. Heb vandaag meer werk afgedaan dan in de laatste twee dagen bij elkaar. Vanavond in de regen naar mijn vrouw in Woolwich.

 

7 augustus

Vanmorgen heb ik met veel plezier de schetsen van mijn vrouw bekeken. Daarna naar lady Pen, die ik sinds ze hier is nog niet had bezocht. Heb wat met juffrouw Pegg gepraat en haar tekeningen bewonderd, maar ze halen het niet bij die van mijn vrouw.

 

8 augustus

Het nieuws dat De Ruyter veilig is thuisgevaren, is bevestigd. Een blamage voor onze vloot en een overwinning voor De Ruyter, maar er is niets aan te doen en ik weet niet wat ik ervan moet zeggen.

 

10 augustus

Naar kantoor, waar we de hele ochtend hebben vergaderd. Het sterftecijfer van deze week bedraagt in totaal 4000, waarvan meer dan 3000 aan de pest. Vanavond heb ik een nieuw testament gemaakt, want ik had gezworen dat voor morgenavond te doen. Door de pest is het nu zo gevaarlijk in de stad, dat je niet weet of je de volgende twee dagen nog zult halen.

 

12 augustus De hele ochtend thuis; er is voortaan alleen nog op donderdag kantoor. Er sterven nu zoveel mensen dat ze de doden ook overdag moeten begraven, de nacht is niet meer genoeg. De Lord Mayor heeft bevel gegeven dat iedereen 's avond na negen uur moet binnenblijven; dan kunnen de zieken een luchtje scheppen, zegt men.

 

14 augustus Vanavond heb ik mijn vrouw een diamanten ring cadeau gedaan; ik had hem gekregen van de broer van Dick Viner, die ik een plaats als purser heb bezorgd; hij is getaxeerd op tien pond. Het is voor het eerst dat ik haar zoiets heb gegeven.

 

15 augustus

Kwam vanavond op weg naar huis een lijk tegen van iemand die aan de pest was gestorven; het werd juist een trapje afgedragen, waar ik langs kwam. Ik ben gelukkig niet al te erg geschrokken, maar zal toch zorgen voortaan niet meer zo laat op straat te zijn.

 

17 augustus

De hele ochtend vergadering op kantoor. Na het diner met mijn collega's sir William Batten, sir John Minnes en Lord Brounckers naar Greenwich waar we aan boord van het bezaans-jacht van de Koning zijn gegaan. We hebben een heerlijke tocht gehad. Heb onderweg buitengewoon interessant geconverseerd met Lord Brounckers, een bijzonder waardevol man. Toen we bij Gravesend kwamen, ging de wind liggen, dus zijn we voor anker gegaan en hebben heerlijk gesoupeerd. Daarna hebben we nog lang in de maneschijn aan dek zitten praten en lachen en toen we moe werden, zijn we in de kajuit gaan slapen op de zijden kussens van de Koning, die bij het jacht horen.

 

19 augustus

Vanmorgen kregen we bevel van de Koning dat ons kantoor naar Greenwich moet worden verplaatst. De hertog van Albemarle had brieven van de vloot. My Lord had kapitein Teddi-mans met tweeëntwintig schepen naar Bergen gestuurd (waarvan er maar acht of negen op schootsafstand konden komen). Terwijl hij met de gouverneur van het fort aan het onderhandelen was, heten ze toe dat de Hollanders hun kanonnen op gunstige punten aan land opstelden. Ten slotte begon kapitein Teddimans de Hollanders (waaronder tien Oost-indiëvaarders) te beschieten. Maar in drie uur hebben zij (de stad en het fort begonnen zonder enige provocatie onze schepen te beschieten) al onze kabels weg geschoten, zodat we onverrichterzake moesten wegvaren. Wij hebben vijf kapiteins verloren. Onze vloot is nu weer thuis, met nog maar voor vijf weken proviand aan boord, maar ze zullen toch weer uit moeten varen.

25 augustus

Vandaag vertelde men mij dat mijn dokter, dr. Burnet, vanmorgen aan de pest is overleden; heel vreemd, want zijn huisknecht was al een hele tijd dood en zijn huis was alweer een maand open. En nu is hij ook dood, de arme man.

 

26 augustus

Bijtijds op. Toen per boot naar Greenwich, waar we vandaag voor het eerst kantoor hielden. Heb na de vergadering mijnheer Andrews en mijnheer Yeabsly gesproken over hun leveranties aan Tanger. Binnenkort zal mijnheer Gauden de Tangerleveranties gaan verzorgen. Ik heb met sir John Minnes ten huize van Lord Brounckers gedineerd. Hij heeft ons vorstelijk onthaald. Kapitein Cock was er ook; verder niemand, behalve een opgeschilderde dame, die ik niet ken.

 

28 augustus

Naar de Beurs. Er waren maar een stuk of vijftig mensen en meer zouden er ook wel niet komen, zeiden ze. Heb vandaag besloten de Londense straten voorlopig vaarwel te zeggen.  

Thuis gegeten, waar Will Hewer mij £119 kwam brengen die ik nog te goed had van het kantoor. Ik geloof dat ik nu meer dan £1800 in huis heb. De ellende is, dat ik niet weet waar ik het moet opbergen nu ik zelf voorlopig in Woolwich ga wonen.

 

30 augustus

Naar Moorfields gewandeld (God vergeve mij die waaghalzerij) om te kijken of er toevallig een lijk werd begraven, maar ik heb er geen gezien. Op straat hoor je over niets anders dan de dood en er zijn zo weinig mensen op de been dat de stad een somber en verlaten oord is geworden.

 

31 augustus

Een triest einde van de maand. In de stad zijn deze week 7496 doden, waarvan 6102 aan de pest. Wat mij zelf betreft, ik maak het uitstekend; leef alleen in angst voor de pest en voor de derdendaagse koorts nu ik voortdurend tussen Woolwich en Greenwich heen en weer moet reizen naar kantoor en naar mijn vrouw.

 

3 september

(Dag des Heren) Heb mijn mooie kostuum van gekleurde zijde aangetrokken met mijn nieuwe pruik. Die had ik al een tijd in huis, maar durfde hem niet te dragen omdat de pest al in Westminster was uitgebroken toen ik hem daar kocht. Ik vraag me af hoe het zal gaan met de pruikenmode als de pest voorbij is, want niemand zal ze durven kopen uit angst dat het haar afkomstig is van iemand die aan de pest is gestorven.

Met Lord Brounckers bij kapitein Cock gesoupeerd, heel gezellig. Laat in de nacht per boot naar Woolwich, als de dood dat ik kou zou vatten. Lord Brounckers' dame van plezier was er ook; die moet altijd met hem mee, heb ik gemerkt, en eist dat hij haar voortdurend het hof maakt.

 

Samuel Pepys

The Diary of Samuel Pepys

 

2 september 1666

Omstreeks drie uur vanmorgen kwam Jane ons roepen

omdat zij door het raam een grote brand zag in de City.

Ik heb mijn nachthemd aangeschoten

en ben gaan kijken bij haar raam; 

dacht dat het op zijn verst aan de achterkant van Mark Lane moest zijn.

Daar ik nog nooit een zo grote brand had meegemaakt

als nu zou volgen, dacht ik dat het te ver weg was

om voor ons gevaarlijk te zijn

en ben weer gaan slapen.

 

Om zeven uur opgestaan;

toen ik uit het raam keek,

leek de brand kleiner dan eerst en verder weg.

Even later kwam Jane me vertellen dat ze had gehoord

dat er vannacht driehonderd huizen zijn afgebrand

en dat de hele Fish Street nu in brand staat,

bij London Bridge.

Heb me onmiddellijk aangekleed en ben naar de Tower gegaan.

 

Daar ben ik met het zoontje van de luitenant

naar boven geklommen en

ik zag dat er een enorme brand was

aan beide kanten van het begin van de brug.

Maakte me zorgen over die arme Betty Mitchel

en haar man

en nog andere mensen die daar wonen.

 

De luitenant van de Tower vertelde me

dat de brand is begonnen

in het huis van de hofbakker in Pudding Lane.

Toen naar de rivier;

heb een boot genomen

en ben onder de brug door gevaren.

Daar zag ik een afschuwelijke brand.

Het huis van Mitchel was al afgebrand.




TEKSTEN BIJEENKOMST 2

 

WILLIAM HOGARTH

(1697–1764)

 

A Harlot's Progress

De voortgang van een straatmeid

 

A Rake's Progress

De verloedering

 

Marriage A-la-Mode.

 

De Tijd

Blad 1

 

Ets en koperplaat gravure

 24,7 x 30,7 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  xxxxxxxxxxxxxxx

 

 

 

 

Gin Lane

1751

 

Ets- en koperplaatgravure

39 x 32,3 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  xxxxxxxxxxxxxxx

 

 

Biersteeg

1751

 

koperplaatgravure

 39.2 x 32.6 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

Mozes wordt naar de dochter

van de farao gebracht

1752

 

Kopergravure 

42,5 x 52,5 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  Xxxxxxxxxxxxxxx

 

 

 

De Triomftocht  van de afgevaardigden

1758

 

(gegraveerd met hulp van F. Aviline

gravure van ets en koper

43,5 x 56 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  xxxxxxxxxxxxxxx

 

 

Het ronselen van stemmen

1757

 

(gegraveerd door G. Grignion

Ets en kopergravure

43,8 x 55,9 cm 

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

MARRIAGE A-LA-MODE

 

Plaat 1

De huwelijksceremonie

 

koperplaatgravure

38 x 46 cm

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  xxxxxxxxxxxxxxx

 

De poort van Calais

"O, the Roast Beef of Old England"

1748

 

38 x 45 cm

kopergravure

 

William Hogarth

(1697-1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

  xxxxxxxxxxxxxxx

 

 

 

Vooraf

43 x 33,1 cm

 

1736

 

Naderhand

41,2 x 33,3 cm

 

 

Blad 3

Tom Rakewell smijt met geld

35,8 x 41

 

A Rake's Progress

Blad 3

Tom Rakewell smijt met geld

1735

 

35,8 x 41 cm

 

William Hogarth

(1697–1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

A Rake's Progress

De verloedering -Blad 8

Tom Rakewell in het Gekkenhuis

1735

 

35,8 x 41 cm

 

William Hogarth

(1697–1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

Het publiek lacht

1733

18,7 x 17,2

 

 

A Harlot's Progress

De voortgang van een straatmeid

Plaat 2

Lichtzinnigheid

1732

 

31,3 x 38 cm

 

 

 

William Hogarth

(1697–1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

A Harlot's Progress

De voortgang van een straatmeid

 

William Hogarth

(1697–1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

A Rake's Progress

De verloedering

 

 

De verkiezingen

 

 

Het kamerlid neemt een zetel in

Chairing the Members

1755

 

serie 4 prenten over de verkiezingen

plaat 4

 

William Hogarth

(1697–1764)

 

Städelmuseum

Frankfurt am Main

 

 

 

 

JOHN CONSTABLE  

 

"Zolang ik schilder zal ik niet ophouden zulke plekken te schilderen.

Ik zou mijn eigen streek het best moeten schilderen

want schilderen is gewoon een ander woord voor gevoel.

Ik associeer mijn zorgeloze jongensjaren met alles

wat je op de oevers van de Stour ziet.

Die rivieroevers maakten een schilder van mij

en daar ben ik dankbaar voor dat wil zeggen:

Ik had al dikwijls gedacht aan schilderijen ervan

voordat ik ooit een penseel had aangeraakt."

 

 

 

2.         The Valley of the Stour with Dedham in the Distance, c. 1805-1809

 

De vallei van de Stour

met Dedham in de achtergrond

ca. 1805-1809

 

Olieverf op papier

49,8 x 60 cm

 

Dedham Vallei gezien vanaf de the Coombs

1802

 

Olieverf op doek

43,5 x 34,4 cm

 

John Constable   Maria Bicknell

1776-1837            1788-1828

 

 

 

Een kar op de weg

van East Bergholt naar Flatford

1811

 

Olieverf op papier

15,2 x 21,6 cm

 

, 1811

 

De jaarmarkt in East Bergholt

(The Village Fair, East Bergholt)

1811

 

Olieverf op doek

17,2 x 35,5 cm

 

 

Flatford Mill

Tafereel van een bevaarbare rivier

1816

 

Olieverf op doek

101 cm x 127 cm

 

John Constable

1776-1837

 

Tate Britain

Londen

 

 

De hooiwagen

1821

 

Olieverf op doek

130 cm x 185 cm

 

John Constable

1776-1837

 

National Gallery

Londen

 

 

 

1824, winning a gold medal.

Normal 0 21



DERDE BIJEENKOMST 1 EN 3 APRIL


JOHANN HEINRICH FÜSSLI     WILLIAM TURNER      WILLIAM BLAKE

1741-1825                            1775-1851          1757-1827

 

 

Dido & Aeneas

Uitvoering 1986

English Chamber Orchester

o.l.v. Raymond Leppard

 

Dido & Aeneas 1986

English Chamber Orchestra, Jessye Norman, Robert Aldwinckle, Della Jones, Thomas Allen, Adrian Beers, Patricia Kern,

 

 

 

Danaë en Perseus op het eiland Seriphos (?)

ca.1785-1790

 

New Haven

Yale University Art Gallery

 

Literatuur:

Apollodorus (ca 80-120 v.Chr.)

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

Amor en Psyche

1810

 

Kunsthaus Zürich

Schenking Schweizerischen Bank Gesellschaft

1994

 

Literatuur:

Apuleius (125 n. Chr.-?)

Metamorfosen - De Gouden Ezel

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

 

 

Theseus en Ariadne

1788

 

 

Olieverf op doek

194 x 127 cm.

 

Kunsthaus Zürich

Zwitserland

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

Literatuur:

Vergilius 70-19 v.Chr.

Aenaes VI

 

 

Dido

1781

 

New Haven

Yale University Art Gallery

 

Literatuur:

Vergilius 70-19 v.Chr

Aeneis VI

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

De droom van de schaapherder

The Shepherd's Dream

1793

 

Tate

Londen

 

Literatuur:

John Milton (1608-1674)

Paradise Lost I

 

Prins Arthur en de feeënkoningin

1785

 

Kunstmuseum Basel

Zwitserland

 

Edmund Spenser

(1552-1599)

The Faerie Queene, I

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

Romeo bij de doodskist van Julia

1809

 

Kunstmuseum Basel Zwitserland

 

Literatuur:

William Shakespeare (1564-1616), Romeo and Juliet V

 

Dood van Cordelia

1810-1820

 

Frankfurter Goethe-Museum

Freies Deutsches Hochstift

Frankfurt am Main

 

Titania streelt Zettel

1793

 

Olieverf op doek

169 x 135 cm

 

Kunsthaus Zürich

Zwitserland

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

Literatuur:

William Shakespeare (1564-1616)

 A Midsummer Night's Dream IV

 

31

 

Oberon en de slapende Titania

1793

 

Kunsthaus Zürich

Zwitserland

 

Literatuur:

William Shakespeare (1564-1616)

 A Midsummer Night's Dream II

 

Titania wordt wakker

1786-1790

 

olieverf op doek

222 cm x 280 cm

 

Kunst Museum Winterthur

Zwitserland

 

Literatuur:

William Shakespeare (1564-1616)

A Midsummer Night's Dream IV

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

 

 

Titania vindt de toverring aan het strand

1804

 

olieverf op doek

61 x 45 cm

 

Kunsthaus Zürich

Zwitserland

 

Literatuur:

Christoph Martin Wieland (1733-1813)

Oberon

 

Johann Heinrich Füssli 1741-1825

 

 

 

 

Visioen van de Zondvloed

1800

 

Kunst Museum Winterthur

Zwitserland

 

Literatuur:

John Milton (1608-1674)

Paradise Lost,  XI

 

Johann Heinrich Füssli

1741-1825

 

304 O

 

WILLIAM BLAKE

 

Voorbereiding van Abraham's offer

(Genesis, XXII, 9–12)

1783

 

Mozes richt de Bronzen slang op.

1800

 

Literatuur:

Oude Testament Numeri 21,9

 

Literatuur:

Goliath vervloekt David

1805

 

Literatuur:

Oude Testament Samuel  XVII, 43–44

 

 

De Pest

1805

 

William Blake

 1757-1827

 

 

1805 Blake de Pest

 

 

De Pest en de dood van de Eerstgeborenen

(serie Tien plagen van Egypte)

1805

 

Literatuur: Oude Testament

Exodus 11:4-10 en 12:29-30

 

1805 Blake Pestilence Death of the First Born

 

1805

William Blake

 1757-1827

 

De rivier van het Leven

1805

 

William Blake

1757-1827

 

1806

William Blake

 1757-1827

De Rode draak en de Zonnegodin

1806

 

William Blake

 1757-1827

 

 Blake

Adam en Eva slapen

1808

 

Literatuur

Oude Testament – Genesis


TEKSTEN BIJEENKOMST 4 --  8 en 10 april

 

The Corn Laws

Graanwetten

Beschermen van de landeigenaren

Invoerrechten voor de invoer van graan

Periode 1815 – 1846

 

Great Famine

Ierland

 

Skibbereen

Sinéad O'Connor

O, Father dear, I oft times heard you talk of Erin's Isle,

Her lofty scene, her valleys green, her mountains rude and wild

They say it is a pretty place where in a prince might dwell,

Oh why did you abandon it, the reason to me tell?

 

Oh son I loved my native land with energy and pride

'Til a blight came over on my crops, my sheep and cattle died,

The rent and taxes were so high, I could not them redeem,

And that's the cruel reason why I left old Skibbereen.

 

Oh, It's well I do remember that bleak December day,

The landlord and the sheriff came to drive us all away

They set my roof on fire with their demon yellow spleen

And that's another reason why I left old Skibbereen.

 

Your mother too, God rest her soul, fell on the snowy ground,

She fainted in her anguish seeing the desolation round.

She never rose but passed away from life to mortal dream,

She found a quiet grave, my boy, in dear old Skibbereen.

 

And you were only two years old and feeble was your frame,

I could not leave you with your friends, you bore your father's name,

I wrapped you in my cta mr in the dead of night unseen

I heaved a sigh and said goodbye to dear old Skibbereen

 

 

 

O, mijn lieve vader, ik heb je dikwijls horen praten over Erins eiland (Ierland),

Haar majestueuze landschap, haar valleien groen, haar bergen ruig en wild

Ze zeggen dat het een mooie plaats is waar in een prins kan wonen,

Oh waarom heb je het verlaten, vertel mij dan de reden?

 

O zoon, ik hield van mijn geboorteland met energie en trots

Tot er een vloek overkwam op mijn gewassen, mijn schapen en vee stierven,

De huur en belastingen waren zo hoog dat ik ze niet kon inwisselen,

En dat is de wrede reden waarom ik de oude Skibbereen heb achtergelaten.

 

Oh, het is goed dat ik me die

sombere decemberdag herinner,

De huisbaas en de sheriff

kwamen ons allemaal wegjagen

Ze zetten mijn dak in brand

met hun demonische gele milt

En dat is nog een reden waarom

ik de oude Skibbereen heb achter mij gelaten.

 

Je moeder ook, God hebbe haar ziel,

viel op de besneeuwde grond,

Ze viel flauw van angst

en zag de verwoesting

Ze stond niet meer op, maar stierf

van het leven naar een sterfelijke droom,

Ze vond een rustig graf, mijn jongen,

in mijn geliefde oude Skibbereen.

 

En je was pas twee jaar oud

en met een zwak gestel.

Ik kon je niet achterlaten met je vrienden,

je droeg je vaders naam,

Ik wikkelde je in mijn cta mr

in het holst van de nacht ongezien

Ik slaakte een zucht en nam afscheid

van mijn oude Skibbereen.

Normal 0 21
Home
Voorburg cursussen
Britse Kunst info
Britse kunst teksten
cursussen Naaldwijk
locaties/inschrijven
reis naar Italië
Tieleke Huijbers
Contactformulier