De waterlelies van Claude Monet. Wie kent ze niet? Monet die gefascineerd was door het licht -  Hij schilderde de molens langs de Zaan bij Zaandam en schreef er enthousiaste brieven over naar zijn Franse vrienden .

De zon bepaalde voor hem het aanzien van alles: de straat, de kathedraal, het station en ook de vijver in zijn tuin in Giverny. Bij zijn woning in Giverny heeft hij tientallen werken geschilderd. In het Haags Gemeentemuseum is vanaf 12 oktober de tentoonstelling Monet - de tuinen van verbeelding te zien. Naar aanleiding van deze tentoonstelling start op 16 september in Naaldwijk en op 18 september in Voorburg de cursus "Monet - tuinen van verbeelding". Deze cursus duurt vijf weken. Er wordt eerst een kort overzicht van de verschillende stromingen in de Franse schilderkunst in de 19de eeuw gegeven. Dan komen de andere  Impressionisten uitgebreid aan de orde: zijn grote voorbeeld Édouard Manet (1832 – 1883) maar ook de tijdgenoten  zoals Camille Pissarro (1830 – 1903), Pierre-Auguste Renoir (1841- 1919) en Frédéric Bazille (1841 – 1870), Mary Cassatt (1844-1926), Berthe Morisot (1841-1895) en Gustave Caillebotte (1848-1894) worden besproken. Ook de catalogi van de zeven lente-exposities  van de impressionisten uit de periode 1874-1886 worden getoond – evenals de belangrijkste doeken. De recensies uit deze jaren laten zien hoe verschillend over deze nieuwe kunst werd gedacht.

Een ideale voorbereiding voor een bezoek aan de tentoonstelling in het Gemeentemuseum!

 
 

Meer informatie:

 

Lien Heyting schrijft het volgende over Monet:

 

 

"Claude Monet zei vaak over zichzelf: "Ik deug nergens voor, behalve voor schilderen en tuinieren." Toen Monet in 1926 op 86-jarige leeftijd overleed, liet hij niet alleen honderden schilderijen na, maar ook een tuin, die zo weelderig en exotisch was, zo'n streling voor het oog, dat een criticus uit die tijd opmerkte: „Wie Claude Monet heeft gadegeslagen in zijn tuin, kan beter begrijpen hoe zo'n begaafd tuinier een groot schilder werd"

Monet dankte zijn liefde voor het gewas aan de schilder Caillebotte, in de jaren zeventig zijn buurman in Argenteuil. Toen Monet in 1883 in Giverny was gaan wonen, kwam Caillebotte hem opzoeken, onder meer om hem raad te geven over het al dan niet omhakken van een groep sparren en cipressen. Samen met hem bracht Monet toen ook een bezoek aan de schrijver Octave Mirbeau, eveneens een hartstochtelijk hovenier, die zich zeer verheugde op de visite van de beide schilders: „Ik ben blij dat je Caillebotte meeneemt", schreef hij aan Monet, „we zullen over tuinen praten. Kunst en literatuur is allemaal onzin. Aarde is het enige wat ertoe doet.... Ik kan urenlang naar een kluit aarde staren...ik hou van mest als van een vrouw ..."

Monet ontdekte het landhuis bij Giverny, waar hij tot aan zijn dood meer dan veertig jaar zou wonen, toen hij op het balkon stond van het treintje tussen Vernon en Gasny. Giverny was een dorpje met 300 inwoners aan de voet van een heuvelrug in de vallei van de Epte, een riviertje dat een paar kilometer naar het zuiden in de Seine uitmondt, ten westen van Parijs. Monet had in die dagen de zorg Voor een huishouden van tien personen. Toen zijn vrouw Camille in 1879 was overleden, vertrouwde bij zijn twee kleine kinderen toe aan Alice Hoschedé, zelf moeder van zes kinderen.

Alice's echtgenoot, de kunstverzamelaar en zakenman Ernest Hoschedé, was failliet gegaan, op de vlucht geslagen en dreigde nooit weerom te komen, zodat Monet en Alice noodgedwongen besloten hun twee incomplete gezinnen samen te voegen tot één huishouden. De eerste jaren leed het grote gezin voortdurend onder financiële problemen en Monet kon het zich dan ook niet permitteren om het romantische, met wingerd, blauweregen en klimop begroeide landhuisje in Giverny te kopen. De eerste jaren huurde hij het. Pas omstreeks 1890, toen hij 50 was, raakte hij uit de geldzorgen: Theo van Gogh had in 1889 voor het recordbedrag van 10.350 francs een schilderij van hem gekocht en hij had net een succesvolle expositie in Parijs (samen met Rodin) en in New York achter de rug. Eindelijk kon hij het huis met de omringende grond kopen.

Bloemenpracht

Voor de tuin, die hij tot dan toe zelf onderhouden had, nam hij zes vaklieden in dienst, aangevoerd door Felix Breuil, de zoon van Octave Mirbeau's tuinman. Monet placht zijn tuin zijn "grootste meesterwerk" te noemen. In de jaren tachtig was het lapje grond onder zijn handen van een stijve, fantasieloze burgermans-aanplant veranderd in een 'jardin de cure', een bonte bloemenpracht, waarin de kleuren, als in een schilderij, zorgvuldig op elkaar waren afgestemd. De zes hoveniers moesten zijn aanwijzingen nauwgezet opvolgen: geen stukje grond mocht onbedekt blijven, een overvloedige beplanting moest de geometrische structuur van bedden en paden verhullen en verdorde bloemen en bladeren dienden dagelijks afgeplukt. Het groeien en bloeien, de compositie van verschillende bloemkleuren bij elkaar, de kassen, waarin zeldzame planten, varens en orchideeën werden gekweekt, waren élke dag weer een bron van discussie voor Monet en zijn tuinmannen.

Elk seizoen onderging het lapje grond een complete verandering. In de lente bloeiden er narcissen, tulpen, azalea's, rododendrons, lelies en lissen, daarna klaprozen, lupines, Japanse kers en geraniums, bij honderden tegelijk. In de vroege zomer kwamen rozen, lathyrus, leeuwenbekjes, gentiaan en floxen uit en in de herfst openden zonnebloemen, asters, stokrozen, dahlia's en Japanse anemonen hun knoppen.

In 1893 bracht Monet een ambitieus en lang gekoesterd plan tot uitvoering: achter de spoorrails; waaraan zijn tuin tot dan toe grensde, kocht hij een stuk land dat liep tot aan de Ru, een zijriviertje van de Epte. Monet wilde de Ru door zijn nieuwe achtertuin leiden en daar een grote vijver aanleggen. Protesten van naburige boeren, die vreesden dat de excentrieke schilder gemene gewassen in zijn meertje zou kweken, zodat het water vergiftigd verder zou stromen en het vee verdelgen, hielden de plannen wat op, maar Monet, die zijn tuin als een 'langzaarn groeiend' kunstwerk beschouwde, zette, zoals gewoonlijk, zijn zin door en de vijver werd gegraven.-Hij maakte er een asymmetrische», op Japanse prenten geïnspireerde watertuin van, omringd door bamboebossen, rozenstruiken, azalea's, rododendrons, hoge varens en treurwilgen die met hun luie takken in het water hingen. Op het smalste punt verbond hij de oevers door een Japanse houten brug, waarvan de leuningen verscholen gingen onder een vloed van gouden regen. Het wateroppervlak was bedekt met veelkleurige leliesoorten. Monet trok zich steeds vaker bij deze vijver terug. Hij zette zich in . een rieten stoel met zijn ezel aan de oever en schilderde het water met de steeds veranderende weerspiegelingen en de lelies. Het was deze vijver, die, zoals het Duitse kunstblad Art onlangs schreef, „Monets leven, zijn schilderkunst en de kunst van de 20ste eeuw" zou veranderen. Door de vijver werd Monets tuin zijn belangrijkste atelier."

 


 

 

Home
Tuinen van Monet
Babylon
locaties/inschrijven
Voorburg cursussen
cursussen Naaldwijk
Tieleke Huijbers
Contactformulier