De brand van het Eerste Goetheanum
Door Pieter van der Ree
https://www.antroposofischevereniging.nl/images/M268PietervdRee.pdf
Goetheanum Dornach CH
Tekst
In de oudejaarsnacht van 1922, dit jaar precies honderd jaar geleden, brandde het Eerste Goetheanum door brandstichting af. Daarmee gingen tien jaren toegewijde arbeid van honderden bouwvakkers, kunstenaars en vrijwilligers alsmede miljoenen aan schenkgeld in vlammen op. Ook ging daarmee de mogelijkheid verloren om de geestelijke werkelijkheid zoals beschreven in de antroposofie door middel van kunst te beleven. Reden voor de Sectie voor Beeldende Kunsten om dit jaar speciale aandacht aan dit bijzondere gebouw en de daarmee verbonden kunstimpuls te besteden.
Toen Rudolf Steiner in 1902 gevraagd werd om het voorzitterschap van de Duitse afdeling van de Theosofische Vereniging op zich te nemen, was er niets dat erop wees dat hij zich ooit met kunst en architectuur zou gaan bezighouden. Tot die tijd had hij vooral naam gemaakt als publicist van Goethes natuurwetenschappelijke werken, als filosoof en voordrachtskunstenaar. Nadat hij het voorzitterschap op zich had genomen, kwam een stroom van publicaties op gang waarin hij de resultaten van zijn helderziende onderzoek naar het wezen van de mens en de ontwikkeling van mens en wereld beschreef. Deze mondden uit in basiswerken zoals Theosofie (1904), De wetenschap van de geheimen der ziel (1909) en De weg tot inzicht in hogere werelden (1909). Hierin beschrijft hij in gedachtenvorm de resultaten van zijn helderziende onderzoek, zodat deze voor ieder onbevangen denkend mens navolgbaar zijn.
De kunstimpuls
Ten opzichte van zijn innerlijke ervaringen is de formulering ervan in gedachtenvorm, zoals Steiner zelf beschrijft, een enorme verschraling. Hem staan zijn helderziende waarnemingen als levende beelden voor de geest. Deze kunnen in gedachtenvorm beschreven worden, verliezen daarbij echter hun levendigheid en gevoelswaarde. Uit deze discrepantie ontstaat de behoefte om de geestelijke werkelijkheid ook door middel van kunst beleefbaar te maken. Zo schrijft hij eind 1905 aan zijn naaste medewerker en latere echtgenoot Marie von Sivers: 'Dit zou ons ideaal moeten zijn, vormen te scheppen als uitdrukking van innerlijk leven.' Met 'innerlijk leven' wordt hier een meditatief en geestelijk schouwend leven bedoeld. Het gaat Steiner er dus niet om theosofische of antroposofische voorstellingen te illustreren. Bij herhaling fulmineert hij tegen het gebruik van symbolen in de kunst. Nee, de volheid van de innerlijke ervaring moet door kunst beleefbaar worden. Die beleving voert binnen in het gebied van de bovenzinnelijke waarneming, niet de verklaring ervan.
Een Gesamtkunstwerk
Opvallend aan Steiners kunstimpuls is dat deze van meet af aan zowel de beeldende als de muzische kunsten omvat. Het gaat niet alleen om architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst, beweging of drama, nee, alle kunsten worden ingezet om heel de mens aan te spreken. Dit streven is al aanwezig tijdens het Internationale Congres van de Theosofische Vereniging van 1907 in München. Hier wordt de inrichting van de zaal aangepast, worden geschilderde zuilen en apocalyptische zegels aan de wanden aangebracht, maar ook gedichten gereciteerd, muziek gespeeld en Eduard Schuré's Heilige drama van Eleusis opgevoerd. Uit deze eerste opvoering komen enkele jaren later Steiners eigen mysteriedrama's voort waarin de geestelijke ontwikkelingswegen van een groep mensen door verschillende aardelevens heen gevolgd worden. Deze drama's maken zo'n diepe indruk dat daaruit de wens ontstaat om er in München een eigen theater voor te bouwen. Tot de realisatie van deze 'Johannesbau' komt het niet, omdat er geen bouwvergunning wordt verkregen. Wanneer Steiner dan begin 1913 een bouwterrein in het Zwitserse Dornach krijgt aangeboden, verhuist het hele bouwproject daarheen.
Het eerste Goetheanum
Bij het ontwerp voor het Eerste Goetheanum legt Steiner er de nadruk op dat de vormgeving ervan uit dezelfde bron moet komen als de inhouden van de antroposofie. Hij gebruikt daarvoor het beeld van de noot en de notendop.' Zoals de notendop uit dezelfde wetmatigheden is gevormd als de noot die ze omsluit, zo moet ook de fysieke behuizing van de antroposofie
uit dezelfde bron gevormd worden als de antroposofie zelf. Aan dit punt hecht hij zo'n waarde dat hij stelt dat de antroposofie zich niet zal kunnen ontwikkelen zoals bedoeld wanneer het haar niet vergund zal zijn gehuisvest te worden in ruimten die uit haar eigen wezen voortkomen.2
Om deze eigenheid te kunnen realiseren, worden alle kunsten getransformeerd. In de architectuur moet het dubbelkoepelprincipe de twee-eenheid van de zintuiglijke en de geestelijke wereld alsmede die van het lagere en het hogere ik beleefbaar maken. In de beeldhouwkunst wordt het principe van de metamorfose geïntroduceerd, waardoor ontwikkelingsprocessen beleefbaar worden gemaakt. In de schilderkunst wordt ernaar gestreefd om voorstellingen 'vanuit de kleur' te laten ontstaan en door het gebruik van transparante kleurlagen een indruk te wekken van het levendige weven van beelden in de imaginatieve wereld. Het meest markant is wel de ontwikkeling van de euritmie als 'zichtbare spraak en muziek' tijdens de bouw van het Goetheanum. Hiervan stelt Steiner dat hij deze kunst waarschijnlijk nooit zo gevonden zou hebben zonder de bouw. En dan zijn er natuurlijk nog de mysteriedrama's die beleefbaar maken hoe geestelijke wezens in ons innerlijke en sociale leven werkzaam zijn. Alles was er kortom op gericht om bezoekers aan het Goetheanum door middel van de kunsten een indruk te bieden van de geestelijke werkelijkheid zoals beschreven in de antroposofie. De weg door het gebouw heen kan zelfs als een ruimtelijk beeld van de ervaringen op de innerlijke scholingsweg worden gezien.* Steiner was zo overtuigd van deze samenhang dat hij eens gezegd zou hebben dat als al zijn boeken verbrand zouden worden, maar het eerste Goetheanum zou blijven bestaan, dat dan nog de hele antroposofie aanwezig zou zijn. Het tegenovergestelde gebeurde echter.
De brand
Naarmate de antroposofische beweging groeide en maatschappelijk meer zichtbaar werd, nam ook de weerstand ertegen toe. Zo werd bijvoorbeeld in 1922 tijdens een voordrachtentournee in Duitsland een aanslag op Steiner gepleegd. Toch kwam de brand in de oudejaarsnacht van 1922 onverwacht. Eerder op die avond vond er nog een euritmie opvoering plaats en gaf Steiner een voordracht in het gebouw. Kort na die voordracht ontdekte een nachtwaker rook. In eerste instantie was onduidelijk waar deze vandaan kwam. Vermoed werd tussen de dubbele wanden van het gebouw. Toen boven in de zuidelijke zijvleugel een binnenwand werd ingeslagen, sloegen de vlammen daar inderdaad uit. Met man en macht werd geprobeerd om het vuur te doven, maar dat had zich al te sterk verspreid. Steiner had de tegenwoordigheid van geest om met drie getuigen het verwarmingssysteem te controleren, maar daarmee leek niets aan de hand te zijn. Vervolgens werd de elektrische installatie gecontroleerd, maar ook deze was in orde. Zo werd al snel duidelijk dat het om een bewuste brandstichting moest gaan. Zonder deze controle had men waarschijnlijk geen aanspraak op verzekeringsgelden voor de wederopbouw kunnen maken.
Toen het bluswerk binnen te gevaarlijk werd, werden alle helpers uit het gebouw teruggeroepen en kon men uitsluitend nog van buitenaf de verdere brand gadeslaan. Precies om middernacht sloegen de vlammen uit de koepels waarna ze met donderend geraas instortten. Daarna stonden de zuilen nog als brandende fakkels in de brandhaard overeind. 'Prent u zich dit ogenblik in' zo maande Steiner de mensen om hem heen. En enige tijd later: 'Nu is alles in de wereldether opgeschreven.' Ergens tijdens dit hele proces had Anna Samweber, de voormalige huishoudster van Rudolf en Marie Steiner een geestelijke schouw. Zij zag hoe een lichtend beeld van het Goetheanum zich vanuit de brandhaard verhief en zich met Rudolf Steiner verbond.4 (Zie de cover van Motief) Van het uiterlijke bouwwerk was de volgende dag niet meer dan een rokende puinhoop over.
Metamorfose van het Goetheanum
Zo zwaar als het verlies van het Goetheanum woog en zo vermoeid als alle betrokkenen na een grotendeels doorwaakte nacht waren, de volgende ochtend zette Steiner het inhoudelijke werk voort zoals gepland. Het gebouw mocht dan verbrand zijn, maar het werk mocht niet onderbroken worden. Dat wil niet
zeggen dat de brand geen zware tol eiste. De mensen om Steiner heen merkten dat hij, die anders altijd met veerkrachtige tred de heuvel op liep, nu een zware last leek te torsen. Ook de leden van de vereniging kregen ervan langs. Steiner hield hen voor dat de brand niet slechts een noodlottige gebeurtenis was die hen van buitenaf had getroffen, maar tevens een weerspiegeling van de innerlijke toestand van de vereniging. Hoewel al snel werd aangekondigd dat het Goetheanum herbouwd zou worden, was Steiner lange tijd onzeker hoe het met de vereniging verder moest. Enige tijd overwoog hij zelfs om zich met een klein groepje naaste medewerkers daaruit terug te trekken. Pas in de loop van 1923 openden zich, mede door zijn reis naar Groot-Brittannië, nieuwe perspectieven en vatte hij de moed tot de heroprichting van de vereniging tijdens de Kerstconferentie van 1923. Daarin werd, precies een jaar na de brand, ook het ontwerpmotief voor het nieuwe Goetheanum gepresenteerd. En net zoals de vereniging daarbij vernieuwd werd, zo ging ook het Goetheanum door een metamorfose heen om in een totaal nieuwe vorm en in een nieuw bouwmateriaal herboren te worden.
Een geestelijk Goetheanum
Aan een herbouw van het Eerste Goetheanum viel niet te denken. Daartoe ontbraken de benodigde middelen. Bovendien was de tijd enorm veranderd. Het tweede Goetheanum moest, aldus Steiner, dan ook eerder gezien worden als een 'gedenkteken' voor het eerste. Door het overlijden van Steiner in maart 1925 kon hij bovendien geen ontwerp meer maken voor het interieur van het nieuwe Goetheanum. Daardoor bleef dit in zekere zin altijd onvoltooid.
Veel leden van de vereniging hangen daarom met hun gevoel nog aan het Eerste Goetheanum. Daarin was het oorspronkelijke ideaal immers het meest verregaand gerealiseerd. Hoe daarmee om te gaan? Het gebouw zelf is er immers niet meer. Je kunt niet meer naar Dornach reizen om het daar te beleven. Wat je echter wel kunt doen, is innerlijk op reis gaan en je het gebouw als een soort 'beeldmeditatie' voor de geest halen. Steiner beschrijft de beeldmeditatie als een belangrijke oefening op de innerlijke scholingsweg.* Wanneer je dat doet, merk je dat het gebouw een geestelijke realiteit is die innerlijk tot je kan spreken. Anders dan de geschreven werken van Steiner, waarbij je een gedachtegang van het begin tot het einde moet volgen, staat de hele antroposofie je hier als ruimtelijk beeld voor de geest. Door dat beeld kun je je vrij bewegen en je aandacht richten op elk onderdeel dat je belangstelling trekt. Het zijn daarbij niet alleen de afzonderlijke onderdelen die je iets kunnen vertellen, maar ook de compositie als geheel. Nieuwe inzichten kunnen oplichten en samenhangen beleefbaar worden. Zo kun je bijvoorbeeld beleven dat het houten beeld van de mensheidsrepresentant niet zomaar een uiterlijke plastiek is, maar de uitdrukking van een samenspel van geestelijke krachten die ook in jezelf werkzaam zijn. Nog veel sterker werkt dit wanneer je er kunstzinnig mee aan de slag gaat. Dat merkten wij tijdens de workshops en de zomerweek die wij afgelopen jaar organiseerden. Door het doen opent zich nog een nieuwe toegang tot de vormkrachten en inhouden waaruit het Goetheanum is ontstaan. Dat geldt zowel voor het boetseren van de vormen, het tekenen en schilderen van de koepelschilderingen en de ramen, het bewegen van de zuilenwoorden als voor het spelen van de mysteriedrama's. Wanneer je dat doet, loop je onwillekeurig tegen onvermogens aan. Wat mij daarbij opviel, was hoe deze door ieder positief als uitdagingen werden aanvaard. Men wilde graag iets nieuws ontwikkelen aan de uitdagingen die het Goetheanum stelde. En zo toonde ons het Goetheanum dat het gebouw niet alleen over ontwikkeling gaat, maar dat het ook ieder die zich ermee bezighoudt, stimuleert zijn of haar eigen ontwikkeling ter hand te nemen. Het Eerste Goetheanum lijkt daarmee een soort 'tempel voor innerlijke ontwikkeling' te zijn en een potentiële hulp voor ieder die zich op een innerlijke ontwikkelingsweg wil begeven. Of, zoals Steiner het zelf kort na de brand formuleerde:
Es wollte im Sinnenstoffe
Das Goetheanum vom Ewigen
In Formen zum Auge sprechen:
Die Flammen konnten den Stoffverzehren.
Es soll die Anthroposophie
Aus Geistigem ihren Bau
Zur Seele sprechen lassen:
Die Flamme des Geistes,
Sie werden sie erharten!'
In zintuiglijke materie wilde
het Goetheanum over het eeuwige
in vormen tot de ogen spreken:
De vlammen konden de materie verteren.
Antroposofie dient
uit de geest haar bouwwerk
tot de ziel te laten spreken:
De vlammen van de geest,
die zullen haar versterken.
1 Rudolf Steiner, Der Baugedanke des Goetheanum, GA 289, blz. 17
2 Rudolf Steiner, Bilder okkulter Siegel und Sëulen, GA 284, blz. 140
3 Pieter van der Ree, Vormen scheppen als uitdrukking van innerlijk leven, Christofoor 2008
4 Michael Birnthaler. Weltenwandler Rudolf Steiner, Der Brand des Goetheanums, blz. 38
5 Rudolf Steiner, Die Geheimwissenschaft im UmriR, GA 13. blz. 309
6 Rudolf Steiner, Wahrspruchworte, GA 40, blz. 145